Ontharden hoeft niet zo moeilijk te zijn. Waarom maken we er dan zo’n opgave van?


Een paar tegels eruit, een foto voor het gemeenteblad en weer een stap gezet richting een groenere gemeente. Maar hoeveel verharding kwam er ondertussen bij? Wie ontharding ernstig neemt, moet beide kanten van de rekening bekijken.
Een overbreed voetpad. Een betegelde strook rond een gemeentelijk gebouw. Een hoek asfalt waar zelden iemand komt. Je hoeft geen landschapsarchitect te zijn om ze te herkennen. Onze gemeenten liggen vol plekken waarvan je je kunt afvragen waarom ze eigenlijk verhard zijn.
Toch krijgt die vraag lang niet altijd een vervolg. De tegels liggen er nu eenmaal. De straat staat voorlopig niet op de planning. Er zijn andere prioriteiten. Zo wordt een eenvoudige ingreep iets voor later.
Moet daar echt een groot project van komen?
Soms is ontharden technisch vrij eenvoudig. Behoud de nodige looplijnen en zorg dat iedereen zich comfortabel kan verplaatsen. Verwijder overbodige verharding en de bijbehorende fundering, bereid de bodem voor en kies passende beplanting. Onderzoek meteen of de plek regenwater kan opvangen. Daar is lang niet altijd een volledige heraanleg voor nodig.
Gemeenten hebben medewerkers met terreinkennis, machines en ervaring. Geef hun een degelijk plan, duidelijke afspraken en ruimte in de planning. Dan kan er op heel wat plekken meer dan vandaag gebeurt.
De rekening moet wel kloppen
Aan ambities ontbreekt het zelden. Klimaatplannen en hemelwater- en droogteplannen beschrijven hoe gemeenten meer ruimte willen maken voor groen en water. Maar wat blijft van die ambitie overeind zodra er een concreet dossier op tafel ligt? Waar is die ambitie om 1m² per inwoner te ontharden gebleven?
Bijvoorbeeld wanneer een kerkwegel een breed geasfalteerd fietspad moet worden. Wanneer een nieuwbouwproject een ruime verharde buitenaanleg krijgt. Of wanneer bij wegenwerken alle bestaande verharding zonder veel discussie wordt teruggelegd. Voor elk project zijn argumenten te vinden. Fietscomfort, toegankelijkheid, onderhoud, economie, bereikbaarheid. Maar wordt ook onderzocht of dezelfde functie met minder verharding kan worden gerealiseerd?
Een gemeente mag tevreden zijn met een onthard plein. Alleen zegt die realisatie weinig over haar totale koers zolang elders nieuwe vierkante meters bijkomen. Hoeveel verdwijnt er? Hoeveel komt erbij? En wat blijft er onderaan de streep over? Dat is de rekening die telt.
“Het water kan ernaast toch de grond in?”
Het klinkt geruststellend. Net als de belofte om waterdoorlatende materialen te gebruiken. Maar daarmee is de vraag naar de noodzaak van verharding nog niet beantwoord. Ook een waterdoorlatende aanleg vraagt een geschikte bodemopbouw en goed onderhoud. En wie rekent op infiltratie naast een pad, moet weten of daar voldoende ruimte voor is en of de bodem het water kan opnemen.
Verharding heeft bovendien gevolgen die verder gaan dan regenwater. Ze neemt groeiruimte weg en slaat op warme dagen warmte op. Elke strook afzonderlijk lijkt misschien onbeduidend. Samen bepalen ze hoe een straat of wijk aanvoelt en functioneert. Juist daarom verdient ook een klein verhardingsproject een kritische blik. De vraag “kan het water nog weg?” is te beperkt. De eerste vraag hoort te zijn: “waarom moet hier verharding liggen?”
De vraag is waar je begint
Wie een gemeente nauwkeurig bekijkt, vindt meestal voldoende plekken om aan de slag te gaan. De uitdaging zit in het kiezen. Waar hebben bewoners het meest te winnen bij extra groen en schaduw? Welke buurten zijn sterk verhard? Waar kan regenwater worden vastgehouden? Welke ingrepen zijn uitvoerbaar met de beschikbare mensen en middelen?
Bij Making Space helpen we gemeenten die keuzes te maken. We combineren terreinkennis met gegevens over onder meer hitte, groen, bodem en water. Zo zoeken we plekken waar ontharding veel kan opleveren voor de buurt en haalbaar is met de beschikbare mensen en middelen.
Van een plan naar een ploeg op het terrein
Voor de geselecteerde wijken werken we een tiental voorstellen voor ontharding en vergroening uit. De gemeente kiest één of twee locaties die we uitwerken tot een concreet ontwerp, een draaiboek en een meetstaat. Zo weet de uitvoerende ploeg wat ze moet opbreken, welke grondvoorbereiding nodig is en welke materialen en hoeveelheden ze moet voorzien.
Ook het beheer krijgt van bij het begin aandacht. We leggen vast welk onderhoud nodig is en wie het opneemt. Zo kan de gemeente de ervaring meenemen en een volgende plek met meer kennis en vertrouwen zelf aanpakken.
Durven we ook verharding te vermijden?
Ontharden vraagt budget, tijd en organisatie. Reden te meer om bij nieuwe projecten zorgvuldig te kiezen waar verharding nodig is. Elke vierkante meter die je vandaag vermijdt, hoeft later niet te worden uitgebroken.
Daar ligt een opdracht voor medewerkers en schepenen. Stel bij elk ontwerp, elke herstelling en elke heraanleg de vraag hoeveel verharding werkelijk nodig is. Vraag naar alternatieven. Maak zichtbaar hoeveel erbij komt en hoeveel verdwijnt. Vier een geslaagde ontharding gerust. Kijk daarna ook naar het volgende dossier op de agenda. Want het wordt moeilijk om de ene dienst tegels te laten uitbreken terwijl de andere ze verderop weer bestelt.
Zelf aan de slag in Vlaams-Brabant?
Making Space begeleidt in opdracht van de provincie Vlaams-Brabant gemeenten bij de groenblauwe inrichting van hun openbaar domein. We helpen bij het kiezen van kansrijke plekken, het ontwerp, de uitvoering, de communicatie en het beheer.
Wil jouw gemeente gebruikmaken van deze gratis begeleiding?




Opmerkingen